In situaties waarin in de loop van het jaar het werkelijke privégebruik blijkt af te wijken van het vooraf ingeschatte aantal privékilometers, kan onduidelijkheid ontstaan over de verplichtingen van de inhoudingsplichtige en de toepassing van de bijtelling. In de commissie belastingen zijn enkele situaties besproken, die aanleiding hebben gegeven tot het stellen van vragen aan de vertegenwoordigers van de belastingdienst in het beconoverleg. Hierna zijn de vragen en de antwoorden opgenomen.
1. Vooraf ingeschatte aantal privé-kilometers bedraagt niet meer dan 500, verklaring geen privé-gebruik, belastingdienst/werknemer informeert inhoudingsplichtige dat verklaring geen privé-gebruik is ingetrokken.
Reactie Belastingdienst
De inhoudingsplichtige moet voor de nog niet verstreken inhoudingstijdstippen de autokostenfictie tijdsevenredig toepassen. Voor de verstreken inhoudingstijdstippen geldt dat de verschuldigde belasting wordt nageheven van de werknemer. Dit laatste is alleen anders als de inhoudingsplichtige wist dat de mededeling van de werknemer dat hij niet meer dan 500 kilometers privé zal rijden, onjuist was. In dat geval wordt de verschuldigde belasting nageheven van de inhoudingsplichtige (artikel 13bis, lid 13, Wet LB).
2. Vooraf ingeschatte aantal privé-kilometers bedraagt niet meer dan 500, verklaring geen privé-gebruik, de inhoudingsplichtige verneemt anderszins dat werkelijk aantal privé-kilometers meer bedraagt dan 500 op kalenderjaarbasis.
Reactie Belastingdienst
Vanaf het moment dat de inhoudingsplichtige weet dat de mededeling van de werknemer dat hij niet meer dan 500 kilometers privé zal rijden, onjuist is, moet de inhoudingsplichtige voor de nog niet verstreken inhoudingstijdstippen de autokostenfictie tijdsevenredig toepassen (artikel 13bis, lid 9, laatste volzin). Voor de verstreken inhoudingstijdstippen geldt dat de verschuldigde belasting wordt nageheven van de werknemer. Het initiatief daarvoor ligt bij de inspecteur. Als de inhoudingsplichtige ondanks zijn wetenschap over de onjuistheid van de mededeling van de werknemer, de autokostenfictie niet toepast, zal de inspecteur de verschuldigde belasting naheffen van de inhoudingsplichtige (artikel 13bis, lid 13, Wet LB).
3. Vooraf ingeschatte aantal privé-kilometers bedraagt meer dan 500, werknemer overlegt in de loop van het jaar een verklaring geen privé-gebruik.
Is de inhoudingsplichtige gehouden over de verstreken loontijdvakken de bijtelling te corrigeren d.m.v. correctieberichten? Zo nee, op welke wijze kan de werknemer uiteindelijk de nihilbijtelling toepassen voor de berekening van de inkomstenbelasting/PVV, alsmede de inkomensafhankelijke premie ZVW?
Reactie Belastingdienst
Uit artikel 13bis, lid 9, Wet LB blijkt dat een verklaring geen privé-gebruik alleen voor nog niet verstreken inhoudingstijdstippen kan gelden; immers een inhoudingsplichtige kan alleen voor nog niet verstreken inhoudingstijdstippen de inhouding over enig voordeel achterwege laten. Dat is dus ook wat de inhoudingsplichtige mag doen: over de nog niet verstreken inhoudingstijdstippen de bijtelling op grond van de autokostenfictie achterwege laten. Voor inhoudingen die al hebben plaatsgevonden kan een later afgegeven of later overgelegde verklaring geen privé gebruik niet toegepast worden, ook niet via correctieberichten. In het verzoek om een verklaring en in de verklaring zelf is duidelijk vermeld dat de verklaring relevant is voor het achterwege laten van de bijtelling; dat is niet hetzelfde als wijzigen van een toegepaste bijtelling. De inhoudingsplichtige moet voor de al verstreken inhoudingstijdstippen zelf beoordelen of de auto op kalenderjaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privé-doeleinden wordt gebruikt. Als de werknemer aan de inhoudingsplichtige doet blijken dat de auto op kalenderjaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privé-doeleinden wordt gebruikt, kan de inhoudingsplichtige over de verstreken inhoudingstijdstippen correctieberichten indienen. De werknemer kan ook bezwaar maken tegen de inhouding over de verstreken inhoudingstijdstippen. Als de werknemer aan de inspecteur doet blijken dat de auto op kalenderjaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privé-doeleinden wordt gebruikt, kan de inspecteur op grond van artikel 28a, lid 2, Wet LB correctieverplichtingen opleggen aan de inhoudingsplichtige. Als de inhoudingsplichtige niet, niet tijdig, niet juist of niet volledig voldoet aan de correctieverplichting, kan hij op grond van artikel 28b, lid 1, Wet LB een boete krijgen.
4. Vooraf ingeschatte aantal privé-kilometers bedraagt meer dan 500, werknemer overlegt in de loop van het jaar een sluitende kilometeradministratie waaruit een privé-gebruik van niet meer dan 500 km blijkt, geen verklaring geen privé-gebruik.
Is de inhoudingsplichtige gehouden over de verstreken loontijdvakken de bijtelling te corrigeren d.m.v. correctieberichten? Zo nee, op welke wijze kan de werknemer uiteindelijk de nihilbijtelling toepassen voor de berekening van de inkomstenbelasting/PVV, alsmede de inkomensafhankelijke premie ZVW?
Reactie Belastingdienst
Als de werknemer aan de inhoudingsplichtige doet blijken dat de auto op kalenderjaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privé-doeleinden wordt gebruikt, kan de inhoudingsplichtige over de nog niet verstreken inhoudingstijdstippen de bijtelling op grond van de autokostenfictie achterwege laten. Als de werknemer aan de inhoudingsplichtige doet blijken dat de auto op kalenderjaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privé-doeleinden wordt gebruikt, kan de inhoudingsplichtige over de verstreken inhoudingstijdstippen correctieberichten indienen. De werknemer kan ook bezwaar maken tegen de inhouding over de verstreken inhoudingstijdstippen. Als de werknemer aan de inspecteur doet blijken dat de auto op kalenderjaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privé-doeleinden wordt gebruikt, kan de inspecteur op grond van artikel 28a, lid 2, Wet LB correctieverplichtingen opleggen aan de inhoudingsplichtige. Als de inhoudingsplichtige niet, niet tijdig, niet juist of niet volledig voldoet aan de correctieverplichting, kan hij op grond van artikel 28b, lid 1, Wet LB een boete krijgen.
|
|