Heffingsrente
De Belastingdienst berekent, ingeval een voorlopige aanslag, een aanslag of een navorderingsaanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting wordt vastgesteld, rente, genaamd heffingsrente. Ook bij andere belastingen kan de Belastingdienst overigens heffingsrente berekenen. Deze heffingsrente wordt met betrekking tot de inkomsten- en vennootschapsbelasting berekend over het tijdvak dat aanvangt op de dag na het midden van het tijdvak waarover de Belastingdienst wordt geheven en eindigt op de dag van de dagtekening van het aanslagbiljet. Indien het boekjaar gelijk is aan het kalenderjaar dan is de dag van aanvang 1 juli van het jaar.
Vermindering voorlopige aanslag
Indien echter een voorlopige aanslag inkomsten- of vennootschapsbelasting met bijvoorbeeld een dagtekening van 31 januari 2008 op 31 maart 2009 wordt verminderd naar nihil is het beleid van de Belastingdienst om ambtshalve de voorlopige aanslag te verminderen naar nihil. Over de vermindering wordt daarbij zogenaamde invorderingsrente vergoed over de periode vanaf 1 januari 2009 tot datum dagtekening verminderingsbeschikking 31 maart 2009. Over de periode 1 juli 2008 tot en met 31 december 2008 wordt echter geen rente vergoed, noch heffingsrente, noch invorderingsrente. De Belastingdienst beroept zich hierbij op een Besluit van de Staatssecretaris van Financiën dat dateert uit de tijd dat de heffingsrente nog werd berekend vanaf de eerste dag na afloop van het boekjaar.
Indien daarentegen de voorlopige aanslag op 31 maart 2009 verhoogd zou worden is wel heffingsrente verschuldigd over de periode 1 juli 2008 tot en met 31 maart 2009.
Procedure Rechtbank Breda
Om begrijpelijke redenen zijn belastingplichtigen en belastingadviseurs het niet eens met het beleid van de Belastingdienst omdat op deze wijze een half jaar rente tussen wal en schip valt, altijd ten nadele van belastingplichtigen. Een B.V. die in eerste instantie een aanzienlijke voorlopige aanslag kreeg opgelegd welke later met ongeveer € 100.000,- werd verminderd is in bezwaar en beroep gekomen tegen het besluit van de Belastingdienst geen heffingsrente te vergoeden over de periode 1 juli tot en met 31 december. De Rechtbank Breda kon zich volledig vinden in het standpunt van de B.V. dat ten onrechte geen heffingsrente is vergoed over genoemde periode. De Rechtbank was van mening dat indien de Belastingdienst een nadere voorlopige aanslag tot een negatief bedrag zou hebben vastgesteld er wel rente zou zijn vergoed. Door niet daar voor te kiezen maar voor ambtshalve vermindering heeft de Belastingdienst oneigenlijk gebruik gemaakt van de uit de wet voortvloeiende bevoegdheid.
Hoger beroep
De Belastingdienst heeft echter tegen de uitspraak van Rechtbank Breda hoger beroep ingesteld. Dit betekent ook dat de Belastingdienst zich vooralsnog houdt aan haar beleid om geen heffingsrente te vergoeden bij vermindering van voorlopige aanslagen.
Bezwaar
Voor belastingplichtigen heeft dit tot gevolg dat zij zelf bezwaar moeten maken tegen het niet vergoeden van heffingsrente bij vermindering van voorlopige aanslagen. Mocht dit ook in uw situatie spelen dan adviseren wij u contact met ons op te nemen, zodat tijdig bezwaar kan worden gemaakt. Aangezien sprake is van een nog lopende procedure, waarvan de uitkomst nog niet bekend is, zal het wel enige tijd duren voordat uitspraak op het bezwaar zal worden gedaan.
|
|