|
Loonbelasting vanaf 1 januari 2007
Spaarloon of levensloopregeling
Spaarloon
Het bedrag dat de werknemer maximaal mag sparen bedraagt € 613 per jaar. De werknemer
mag slechts bij één werkgever deelnemen aan de spaarloonregeling.
Als een werknemer bij een werkgever wil sparen via de spaarloonregeling, dan moet worden
voldaan aan de volgende twee voorwaarden:
• de werknemer was reeds op 1 januari 2007 bij die werkgever in dienst en
• die werkgever past ten aanzien van die werknemer reeds sinds 1 januari 2007 de
algemene heffingskorting toe.
Als een werknemer na de eerste dag van het kalenderjaar bij een werkgever in dienst treedt kan hij dat jaar dus niet van de spaarloonregeling van die werkgever gebruik maken. In de inkomstenbelasting geldt voor het jaar 2007 een vrijstelling in box 3 van maximaal € 17.025 (€ 17.025) voor geblokkeerde spaartegoeden in het kader van een spaarloonregeling.
Levensloopregeling
Op 1 januari 2006 is de levensloopregeling ingevoerd. Met de levensloopregeling kunnen werknemers sparen om in de toekomst een periode van onbetaald verlof te financieren. De levensloopregeling kan worden gebruikt voor elke vorm van verlof, zoals zorgverlof, sabbatical, ouderschapsverlof en educatief verlof. Het spaarsaldo of de verzekeringsuitkering mag ook
gebruikt worden om eerder met pensioen te gaan. De huidige verlofspaarregeling mag worden omgezet in de levensloopregeling. Er kan jaarlijks maximaal 12% van het loon gespaard worden. Inleg is uitsluitend toegestaan indien het spaarsaldo dan wel de waarde van de verzekering aan het begin van het jaar niet hoger is dan het bedrag dat nodig is voor een periode van extra (volledig doorbetaald) verlof van 2,1 jaar (absoluut maximum). Is men op 31 december 2005, 51 jaar of ouder, maar nog geen 56 jaar, dan geldt er een speciale regeling. Deze werknemers mogen dan meer sparen dan 12% van het brutoloon. Zo kan men in een kortere periode toch een behoorlijk levenslooptegoed opbouwen. Ook in dit geval geldt het hiervoor genoemde absolute maximum. Bij deze toets wordt echter niet uitgegaan van het saldo dan wel de waarde aan het begin van het jaar, maar van het saldo dan wel de waarde die na de storting resulteert. De werknemer kan jaarlijks kiezen aan welke regeling hij wil deelnemen: spaarloon of levensloop. In hetzelfde jaar in beide regelingen geld inleggen is niet mogelijk.
Reiskostenvergoeding
De maximale belastingvrije vergoeding van zakelijke kilometers is € 0,19 per kilometer, ongeacht het vervoermiddel. Dit betekent dat de werkgever elke zakelijke kilometer, ook elke kilometer voor woon-werkverkeer, tot maximaal € 0,19 belastingvrij kan vergoeden. Als een werknemer met het openbaar vervoer reist, kan de werkgever kiezen: er kan maximaal € 0,19 per kilometer belastingvrij worden vergoed, maar ook de werkelijke reiskosten mogen belastingvrij worden vergoed. De werkgever moet de vergoede plaatsbewijzen bewaren.
Vaste reiskostenvergoeding
De werkgever mag werknemers met een vaste arbeidsplaats op een praktische manier een vaste onbelaste reiskostenvergoeding geven. Een werknemer reist naar een vaste arbeidsplaats als hij de arbeidsplaats op jaarbasis vermoedelijk minstens 36 weken (70% van 52 weken) zal bezoeken. Voor de berekening van de vaste onbelaste vergoeding kan men uitgaan van 260 reguliere werkdagen op jaarbasis verminderd met gemiddeld 54 dagen voor vakantie, ziekte en verlof op jaarbasis. De vaste onbelaste reiskostenvergoeding op jaarbasis bedraagt nu maximaal 206 (260 -/- 54) dagen x de totale reisafstand per dag van en naar de vaste arbeidsplaats van de werknemer x € 0,19 per kilometer.
De vaste vergoeding per maand of per week is 1/12 respectievelijk 1/52 van dit bedrag.
Auto van de zaak
De bijtelling voor privé-gebruik auto is de waarde van het privé-gebruik van een ter beschikking gestelde personen- of bestelauto, verminderd met de eigen bijdrage van de werknemer voor het privé-gebruik. De waarde van het privé-gebruik is per kalenderjaar 22% van de catalogusprijs van de auto, inclusief BPM en omzetbelasting.
Als een werknemer niet meer dan 500 kilometer per kalenderjaar privé rijdt en dit kan bewijzen, is er geen bijtelling. De werknemer kan daartoe een verklaring aanvragen bij de Belastingdienst. Het aanvraagformulier dat hij daarvoor moet gebruiken, is te downloaden via www.belastingdienst.nl. Het is verstandig alleen bij aanwezigheid van genoemde verklaring geen rekening te houden met de bijtelling. Door de verklaring is de werkgever gevrijwaard van eventuele naheffingen, als achteraf blijkt dat de werknemer de verklaring ten onrechte heeft aangevraagd. (tenzij de werkgever vooraf al wist dat de verklaring ten onrechte is afgegeven door de belastingdienst)
Voor bestelauto’s geldt daarnaast nog het volgende:
- er hoeft geen bijtelling plaats te vinden als de werknemer de bestelauto niet kan gebruiken
buiten werktijd, bijvoorbeeld omdat de werknemer de bestelauto plaatst op een afgesloten
bedrijfsterrein. De werkgever kan ook een schriftelijk verbod op privé-gebruik opleggen aan de
werknemer. Hierbij is vereist dat hij controle uitoefent op de naleving van het verbod en een
passende sanctie oplegt als het verbod wordt overtreden.
- bij bestelauto’s die door de aard van het werk doorlopend afwisselend worden gebruikt door
twee of meer werknemers kan het privé-gebruik moeilijk vast te stellen zijn. Het privé-gebruik
wordt dan door middel van eindheffing bij de werkgever belast. Deze eindheffing bedraagt € 300
per bestelauto op jaarbasis.
Telefoon en internet
Met ingang van 1 januari 2007 zijn de vergoedingen en verstrekkingen van telefoon en internet onbelast als de werknemer de internet- of telefoonaansluiting voor meer dan 10% zakelijk gebruikt. Dit geldt ook voor een tweede telefoonaansluiting.
Zakelijke maaltijden
Met ingang van 1 januari 2007 vervalt de zogenoemde 80-maaltijdenregeling. Alle meer dan bijkomstig zakelijke maaltijden kunnen onbelast worden vergoed of verstrekt.
Maaltijden in bedrijfskantines
Voor een maaltijd in een bedrijfskantine gelden in 2007 de volgende normbedragen:
- Warme maaltijd € 3,80
- Koffiemaaltijd/Lunch € 2,00
- Ontbijt € 2,00
Consumpties tijdens werktijd
De vrijgestelde vergoeding voor consumpties tijdens werktijd (maaltijden vallen hier niet onder) bedraagt maximaal € 2,75 per week of € 0,55 per dag. Consumpties tijdens werktijd zijn onbelast. Ook consumpties tijdens lunchtijd/pauze zijn onbelast, mits dergelijke consumpties ook tijdens werktijd kunnen worden genuttigd.
Werkkleding
Werkkleding kan onbelast worden vergoed dan wel verstrekt. Kleding is werkkleding indien kleding:
- (nagenoeg) uitsluitend geschikt is om te dragen tijdens het werk, bijvoorbeeld een uniform of een overall, of
- is voorzien van 1 of meer duidelijk zichtbare bedrijfslogo’s met gezamenlijke oppervlakte van ten minste 70cm² per kledingstuk én de vergoeding/verstrekking van kleding ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking geschiedt of niet als beloningsvoordeel wordt ervaren. Als kleding alleen ter beschikking wordt gesteld en op de werkplek achterblijft dan kan deze kleding onbelast ter beschikking worden gesteld.
Vakliteratuur
Vakliteratuur kan onbelast worden vergoed dan wel verstrekt.
Representatie
De kosten voor representatie ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking kunnen onbelast worden vergoed. Onder representatie worden onder meer de kosten voor recepties, feestelijke bijeenkomsten, giften, relatiegeschenken en vermaak verstaan. Ook interne representatiekosten voor geschenken aan collega’s bij verjaardag, geboorte, huwelijk en afscheid vallen daaronder.
Cursussen, congressen, excursies etc.
De kosten voor cursussen, congressen, seminars, symposia, excursies, studiereizen e.d. inclusief reis- en verblijfkosten kunnen onbelast worden vergoed, mits ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking. Voor reiskosten geldt wel hetgeen is vermeld onder reiskostenvergoeding.
Muziekinstrumenten, gereedschap, geluidsapparatuur etc.
Muziekinstrumenten, geluidsapparatuur, gereedschap, tekstverwerkers, schrijf- en rekenmachines en beeldapparatuur kunnen onbelast worden vergoed, mits ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking. Bij een kostprijs van meer dan € 450 inclusief omzetbelasting en een meerjarig belang kan alleen de afschrijving onbelast vergoed worden.
Computers
Sinds 1 januari 2005 kunnen kosten van een computer en dergelijke apparatuur (inclusief bijbehorende apparatuur) alleen onbelast worden vergoed of verstrekt als de apparatuur voor 90% of meer zakelijk wordt gebruikt. Bij een kostprijs van meer dan € 450 inclusief omzetbelasting en een meerjarig belang kan alleen de afschrijving onbelast vergoed worden.
Overigens neemt de belastingdienst niet snel aan dat de apparatuur voor 90% of meer zakelijk wordt gebruikt, zodat vooroverleg zinvol is.
Verhuizing
De kosten van verhuizing van een werknemer in het kader van de dienstbetrekking kunnen onbelast worden vergoed voor zover het betreft het overbrengen van de inboedel. Daarnaast kunnen de overige kosten, inclusief herinrichtingskosten, onbelast worden vergoed tot maximaal 12% van het jaarloon met een maximum van € 5.445. Van verhuizing in het kader van een dienstbetrekking is in ieder geval sprake indien de werknemer binnen twee jaar na aanvaarding van de nieuwe dienstbetrekking dan wel twee jaar na overplaatsing
- verhuist van een woning op meer dan 10 km naar een woning binnen 10 km van zijn nieuwe arbeidsplaats, of
- door verhuizing de reisafstand (in kilometers) met ten minste 50% en ten minste 10 km bekort.
Ongevallenverzekering
De premies voor een ongevallenverzekering kunnen onbelast worden vergoed indien de verzekerde uitkering uitsluitend betrekking heeft op ongevallen tijdens vervulling van de dienstbetrekking.
Studiekosten
Vergoedingen en verstrekkingen in verband met een studie of een opleiding die een werknemer volgt met het oog op het verwerven van inkomen uit werk en woning behoren niet tot het loon als voldaan wordt aan de volgende drie voorwaarden:
- de studiekosten worden niet al door een ander vergoed
- de studie of opleiding is gericht op het vervullen van een beroep in de toekomst of het op peil houden van vakkennis.
- de vergoeding is verstrekt of toegezegd voor het einde van het jaar waarin de kosten worden gemaakt.
Voor reiskosten geldt een maximum van € 0,19 per kilometer. Vergoedingen voor een studeerruimte en de inrichting ervan behoren wel tot het loon.
Personeelsleningen
Er is in 2007 geen sprake van een te belasten rentevoordeel als de werknemer ten minste 4,7% rente betaalt over het geleende bedrag. In 2006 was dit nog 3,5%. Het rentevoordeel is niet belast indien de werknemer de lening gebruikt voor het kopen van een eigen woning. In dat geval gelden nog wel nadere voorwaarden.
Producten uit eigen bedrijf
Een korting of vergoeding bij aankoop door de werknemer van kosten producten uit eigen bedrijf is onder de volgende voorwaarden belastingvrij:
- de producten zijn niet branchevreemd.
- de korting of vergoeding bedraagt in 2007 niet meer dan € 475. Deze vrijstelling wordt verhoogd met het vrijstellingsbedrag dat de werknemer in de voorgaande twee kalenderjaren niet heeft gebruikt.
De korting/vergoeding bedraagt maximaal 20% van de verkoopwaarde van het product (inclusief BTW).
Vergoeding bijzondere ziektekosten
Vergoeding van ziektekosten die niet vallen onder de basisverzekering van de Zorgverzekeringswet mogen onbelast vergoed worden aan de werknemer. De vergoeding dient wel vrijwillig te zijn en de kosten mogen niet al door een ander zijn vergoed. De vergoeding dient voor het einde van het jaar waarin de kosten zijn gemaakt te worden verstrekt of toegezegd.
Vrijwilligers
De vergoeding die een vrijwilliger ontvangt, wordt niet als loon beschouwd als deze niet meer
bedraagt dan € 1.500 per jaar en € 150 per maand. Het gaat erom of de beloning in redelijke mate overeenstemt met (de aard van) het werk. Bij een beloning die kan worden aangemerkt als een marktconforme beloning, is er geen sprake van
`vrijwilligerswerk`. Een belangrijk kenmerk van vrijwilligerswerk is namelijk dat een vergoeding niet in verhouding staat tot het tijdsbeslag en de aard van het verrichte werk.
Dienstverlening aan huis
Met ingang van 1 januari 2007 wordt de regeling dienstverlening aan huis ingevoerd. Deze regeling komt in de plaats van de huidige huishoudhulpregeling. Daarnaast zal per die datum de zogenoemde “witte werksterregeling” komen te vervallen.
De regeling dienstverlening aan huis geldt voor particulieren die voor minder dan vier dagen in de week dezelfde persoon ‘inhuren’ voor persoonlijke diensten (klusjes in of aan huis, tuin e.d.). Ook het verlenen van zorg (eventueel via persoonsgebonden budget) of alfahulpverlening valt onder de nieuwe regeling voor dienstverlening aan huis. In die gevallen hoeft de particuliere opdrachtgever geen loonbelasting in te houden of premies werknemersverzekeringen in te houden of zelf te betalen. De particuliere dienstverlener moet zijn verdiensten wel in zijn aangifte Inkomstenbelasting vermelden (als resultaat uit overige werkzaamheid) en is verder mogelijk inkomensafhankelijke bijdrage ZVW verschuldigd.
Artiesten- en beroepssportersregeling
De artiesten- en beroepssportersregeling (ABSR) vervalt voor:
• binnenlandse beroepssporters (met ingang van 1 januari 2007),
• buitenlandse beroepssporters en artiesten die inwoner zijn van dan wel gevestigd zijn in
een land waarmee de Staat der Nederlanden een verdrag ter voorkoming van dubbele
belasting heeft gesloten, de Nederlandse Antillen of Aruba (met ingang van 1 januari 2007)
• gezelschappen waarvan meer dan 70% van de leden woont in een land waarmee de
Staat der Nederlanden een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten,
de Nederlandse Antillen of Aruba (met ingang van 1 januari 2007), en
• situaties waarin het optreden of de sportbeoefening plaatsvindt “krachtens andere grond”
(met terugwerkende kracht tot en met 9 mei 2006).
De ABSR blijft van toepassing voor de binnenlandse artiesten, de hiervoor niet genoemde buitenlandse beroepssporters en voor de hiervoor niet genoemde buitenlandse gezelschappen. Dit heeft onder meer tot gevolg dat de binnenlandse sporters die onder de ABSR vielen (en dus niet in dienstbetrekking waren), met ingang van 1 januari 2007 niet meer onderworpen zijn aan
de loonbelasting maar alleen nog aan de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (resultaat uit overige werkzaamheden of winst uit onderneming) en de heffing van inkomensafhankelijke bijdrage ZVW.
Bedrijfsfitness
Onder bepaalde voorwaarden is de vergoeding of verstrekking van bedrijfsfitness onbelast. Vanaf 1 januari 2007 is de vergoeding of verstrekking onbelast als de bedrijfsfitness plaatsvindt op de werkplek of op een vaste locatie die u heeft aangewezen. De vaste locatie moet gelden voor alle werknemers met dezelfde arbeidsplaats. De minister heeft op dinsdag 12 december 2006 desgevraagd aan de Eerste Kamer een verruiming toegezegd van de voorwaarde over de plaats van de fitness. De reikwijdte daarvan wordt bekend gemaakt als de verruimde regeling is vastgesteld (naar verwachting in januari 2007).
Per 1 januari 2007 vervalt de voorwaarde dat de fitness voor 90% of meer onder werktijd moet plaatsvinden. De voorwaarde dat de deelname moet openstaan voor 90% of meer van alle werknemers (of voor 90% of meer van alle werknemers van een bepaalde vestiging van het bedrijf), blijft van kracht. De vergoeding of verstrekking is belast als alleen een grootaandeelhouder en zijn eventuele partner gebruikmaken van de bedrijfsfitness. Een grootaandeelhouder is iemand die, al dan niet samen met zijn partner en zijn bloed- of aanverwanten in de rechte lijn, direct of indirect aandeelhouder is voor minstens eenderde gedeelte van het geplaatste aandelenkapitaal.
Geschenkenregeling
Met ingang van 1 januari 2007 mag de werkgever 20% eindheffing toepassen over geschenken in natura aan een werknemer, voor zover de waarde in het economische verkeer niet meer is dan € 70 per kalenderjaar. In 2006 was het maximum nog € 35 (voor één geschenk per jaar), met een eindheffing van 15%.
Fietsregeling
Vanaf 1 januari 2007 kan de werkgever eens per drie jaren de aanschafkosten van een fiets van de werknemer tot een bedrag van € 749 onbelast vergoeden als de werknemer voor woon-werkverkeer gebruik maakt van de fiets. In 2006 gold dat dan € 68 moest worden belast. Deze belastingheffing komt nu te vervallen. Vanaf 1 januari 2007 mag de werkgever voor met de fiets samenhangende zaken maximaal € 82 per kalenderjaar onbelast aan zijn werknemer vergoeden en verstrekken. Het maximum van € 82 per kalenderjaar geldt voor vergoedingen en verstrekkingen samen.
Vaste kostenvergoedingen
Ter voorkoming van problemen naar aanleiding van een fiscale controle moeten vaste kostenvergoedingen worden onderbouwd en moeten de verschillende componenten worden benoemd. Temeer omdat bij naheffing in de regel brutering of heffing via de eindheffingsregeling (tabeltarief) plaatsvindt, kunnen correcties enorm kostbaar zijn. Let op! Eén van de voorwaarden voor een vrije vergoeding is dat daaraan desgevraagd (door de inspecteur) een steekproefsgewijs onderzoek ten grondslag ligt van concrete uitgaven die de werknemers gedurende enige tijd (veelal een periode van drie maanden) hebben gemaakt. De steekproef pleegt plaats te vinden op basis van homogene groepen werknemers (bijvoorbeeld directie, vertegenwoordigers en kantoorpersoneel). Vaak wordt gekozen voor een combinatie van vaste vergoedingen en het vergoeden op declaratiebasis.
De fiscus gaat niet akkoord met een vaste kostenvergoeding als er geen sprake is van regelmatig terugkerende kosten. Incidentele kosten kunnen in die visie alleen op declaratiebasis worden vergoed. Denk in dit verband bijvoorbeeld aan reiskosten van niet-ambulante werknemers. Hiervoor bestaat echter geen wettelijke basis. Ter voorkoming van fiscale problemen dient de juistheid van gedeclareerde kostenvergoedingen te worden gecontroleerd. Het verdient aanbeveling een declaratiereglement op te stellen. De werkgever doet er verstandig aan originele bonnen en betaalbewijzen te eisen. Dit is ook van belang om personeelsfraude te voorkomen. Als het feit van de ten onrechte gedeclareerde kosten aan het licht komt naar aanleiding van een fiscale controle, zal de fiscus tot naheffing van loonbelasting en premies werknemersverzekeringen over gaan.
Afdrachtvermindering loonbelasting
Afdrachtvermindering onderwijs
De afdrachtvermindering onderwijs bedraagt € 2.500. Het toetsloon voor 2007 is € 21.422.
Scholing tot startkwalificatieniveau
Er bestaat recht op een afdrachtvermindering wanneer een voormalig werkloze werknemer in dienst is die aangewezen scholing volgt die er op gericht is de werknemer op startkwalificatieniveau te brengen. Deze afdrachtvermindering is met terugwerkende kracht tot 1 januari 2006 verhoogd van € 1.500 naar € 3.000.
Stageplaatsen
De afdrachtvermindering onderwijs voor stageplaatsen mag ook toegepast worden voor stagiairs van een beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg op mbo-niveau 1 of 2. Deze afdrachtvermindering bedraagt € 1.200 en het loon hoeft niet getoetst te worden aan het toetsloon.
Procedure Erkenning verworven competenties
Met een procedure Erkenning verworven competenties (EVC) kan een werknemer laten vaststellen welke competenties hij door werkervaring al heeft en welke aanvullende opleidingen hij eventueel nodig heeft. Als de werkgever de kosten vergoedt, is dat belast loon. Vanaf 1 januari 2007 heeft de werkgever per werknemer die een erkende EVC-procedure volgt, recht op € 300 afdrachtvermindering onderwijs per procedure. De werkgever hoeft geen rekening te houden met het toetsloon of deeltijdfactor.
Afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk
Voor de toepassing van de afdrachtvermindering S&O is een S&O-verklaring van SenterNovem noodzakelijk. Binnen een kalenderjaar mag de werkgever voor maximaal drie perioden van minstens drie kalendermaanden en maximaal zes kalendermaanden een aanvraag indienen. Een verklaring voor een heel kalenderjaar wordt alleen onder bepaalde voorwaarden afgegeven. De afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk (S&O) voor 2007 bedraagt 42% x (het verwachte aantal S&O-uren vermenigvuldigd met het gemiddelde uurloon, maar maximaal € 110.000). Over het bedrag boven € 110.000 geldt een afdrachtvermindering van 14%. Voor starters geldt een hoger percentage voor afdrachtvermindering. De S&O-afdrachtvermindering bedraagt per inhoudingsplichtige maximaal € 8.000.000.
Het gemiddelde uurloon in 2007 voor werkgevers die in 2005 S&O hebben verricht en over een S&O-verklaring beschikken, wordt gebaseerd op het door hen in dat jaar voor S&O betaalde loon. Voor een werkgever die in 2005 geen S&O heeft verricht waarvoor hij over een S&Overklaring beschikt, geldt een gemiddeld uurloon van € 28. In sommige gevallen geldt een meldingsplicht als het verwachte aantal S&O-uren waarvan de S&O-verklaring uitgaat hoger is dan de daadwerkelijk gerealiseerde uren (margeregeling). Deze margeregeling is met ingang van 2007 iets verruimd. Ook de termijn waarbinnen de melding moet plaatsvinden is iets verruimd. De afdrachtvermindering S&O kan, samen met de andere afdrachtverminderingen, nooit meer zijn dan de te betalen loonbelasting/premie volksverzekeringen.
|
|