.
 

Accountancy - 23/09/2011 - Oud regime lijfrenten

 

Oud regime lijfrenten en toerekening lijfrente termijnen aan echtgenoot

 

Recent is er enige onduidelijkheid ontstaan over de toerekening van lijfrente termijnen aan de echtgenoot.


Onder het lijfrenteregime zoals dat gold vóór 1992 werden lijfrentepremies afgetrokken door de meestverdienende echtgenoot volgens de toenmalige regels voor inkomenstoerekening. Volgens dat lijfrenteregime was het indertijd mogelijk om de minstverdienende echtgenoot bij leven de begunstigde te doen zijn van de ontvangen lijfrente termijnen. Om het “lek” van de belastingheffing te voorkomen, heeft de toenmalige wetgever wetgeving ingevoerd die er voor zorgde dat de lijfrente termijnen niet belast werden bij de minstverdienende echtgenoot. Ook onder de huidige Wet Inkomstenbelasting 2001 wordt deze wetgeving gerespecteerd.


Hiermee werd voor oud regime lijfrenten de mogelijkheid van niet wenselijke inkomensoverheveling voorkomen.

 
Op 6 april 2011 heeft de belastingdienst echter een uitspraak gedaan, waarin een standpunt is ingenomen over de toerekening van de lijfrente termijnen. Ook in deze specifieke casus had de meestverdienende echtgenoot premies afgetrokken voor een zogenoemde kapitaalverzekering met lijfrenteclausule. Op het tijdstip van expiratie van de verzekering was de minstverdienende echtgenoot onherroepelijk begunstigde van de lijfrente, zodat deze minstverdienende echtgenoot de lijfrenteclausule moet uitvoeren en dat ook heeft gedaan door het inbrengen van het lijfrentekapitaal in een lijfrentespaarrekening.

 
In deze specifieke casus heeft de belastingdienst het standpunt ingenomen dat de hierboven genoemde omzetting fiscaal geruisloos verliep en dat de uitkeringen die op de lijfrentespaarrekening of het lijfrentebeleggingsrecht worden ontvangen door de minstverdienende echtgenoot, ook daadwerkelijk bij de minstverdienende echtgenoot in de heffing worden betrokken. Dus niet bij de meestverdienende echtgenoot zoals in de wetgeving is vastgelegd.


De staatssecretaris van Financiën vond dit standpunt van de belastingdienst ongewenst en heeft op 19 augustus 2011 een besluit hierover gepubliceerd.


In dit besluit is een goedkeuring opgenomen voor alle gevallen waarvan aannemelijk is dat uitsluitend op basis van deze standpuntbepaling en nog vóór de dagtekening van dit besluit, vóór of door expiratie van de kapitaalverzekering met lijfrenteclausule de begunstiging onherroepelijk is gewijzigd ten gunste van de minstverdienende echtgenoot. Onder deze goedkeuring vallen in beginsel niet situaties waarin reeds vóór het bekend worden van het standpunt van de belastingdienst de minstverdienende echtgenoot (onherroepelijk) begunstigde van de lijfrente was. Dit is anders als na de standpuntbepaling door de belastingdienst maar vóór de dagtekening van dit besluit, tevens overboeking van het lijfrentekapitaal heeft plaatsgevonden naar een aanbieder van lijfrentespaarrekeningen of lijfrentebeleggingsrechten. Ook deze situaties worden gerespecteerd.

In alle andere gevallen dient de wetgeving te worden gevolgd en geldt het standpuntbepaling van de belastingdienst derhalve niet.

De staatssecretaris van Financiën heeft wel aangegeven dat de gevallen die onder deze goedkeuring vallen, dit vóór 1 januari 2012 dienen te melden aan de bevoegde inspecteur van de belastingdienst van de desbetreffende belastingplichtige (tezamen met de bijbehorende bewijsstukken om de goedkeuring te kunnen toetsen).


accountants, administratie, bedrijfsadministratie, bedrijfsadvisering Terug naar het nieuws archief


 Printvriendelijke versie van deze pagina.