HLB – Update eindejaarstips 2025.

Update Eindejaarstips. We geven je een update naar aanleiding van de behandeling van de Belastingplannen 2026 door de Tweede kamer. Wat kun je of moet je als ondernemer, dga, werkgever of particulier aan het einde van 2025 regelen? Wat verandert er per 2026 waar je nu nog op kunt anticiperen?

Leestijd: 15 minuten

1. Anticipeer op 12% extra belasting fossiele personenauto van de zaak

Werkgevers gaan vanaf 1 januari 2027 extra belasting betalen, een zogenaamde pseudo-eindheffing, als ze een fossiele auto van de zaak aan hun werknemer ook voor privégebruik ter beschikking stellen.

Let op! Ook woon-werkverkeer telt voor deze belasting als privégebruik, zelfs met een verklaring ‘Geen privégebruik auto’. Bovendien geldt geen grens van 500 km.

De extra belasting bedraagt 12% over de cataloguswaarde, bij auto’s ouder dan 25 jaar 12% over de marktwaarde. U als werkgever betaalt de pseudo-eindheffing en u mag deze niet doorbelasten aan de werknemer. De eigen bijdrage van de werknemer telt niet mee voor de bepaling van de pseudo-eindheffing.

Lopende lease- en koopcontracten vallen nog onder een overgangsperiode, maar vanaf 1 januari 2027 moet u rekening houden met extra kosten bij nieuwe contracten.

De regeling geldt niet voor:

  • Nulemissieauto’s
  • Auto’s die uitsluitend zakelijk worden gebruikt
  • Incidenteel privégebruik bij overmacht
  • Auto’s die vóór 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld met een looptijd tot
    17 september 2030
  • Bestelauto’s, vrachtwagens en tractors (personenbusjes vallen er wel onder)
  • Ondernemers voor de inkomstenbelasting (wel voor hun personeel)

Tip! Overweeg vóór 2027 nog fossiele auto’s voor het eerst ter beschikking te stellen of juist te kiezen voor emissievrije auto’s. Overweeg dit ook als u nu of in de toekomst een leasecontract gaat afsluiten met een looptijd van vijf jaar. Ook woon-werkverkeer telt voor deze belasting als privégebruik, zelfs met een verklaring ‘Geen privégebruik auto’. Bovendien geldt geen grens van 500 km.

 Tip! Veel leasecontracten kennen een looptijd van vijf jaar. Vandaar dat de overgangsregeling ook maximaal vijf jaar geldt vanaf Prinsjesdag 2025. Het is dus zaak om snel in actie te komen, want nieuwe leasecontracten kunnen er vanaf 17 september 2030 al door worden geraakt.

 Let op! De overgangsregeling volgt de auto. Stelde u een auto al vóór 1 januari 2027 ter beschikking aan een werknemer, dan is de overgangsregeling van toepassing op iedere werknemer die de auto vanaf 1 januari 2027 gebruikt (tot uiterlijk 16 september 2030). Anderzijds, als een werknemer vanaf 1 januari 2027 van baan wisselt en de auto ‘meeneemt’, is de overgangsregeling niet van toepassing.

2. Plan de samenstelling van uw vermogen box 3

Heeft u privévermogen, dan bent u hoogstwaarschijnlijk belasting in box 3 verschuldigd. De hoogte van deze belasting hangt mede af van de hoogte en samenstelling van uw vermogen.

Tip! Roerende zaken voor eigen gebruik of gebruik in het gezin tellen niet mee voor box 3. Zo hoeft u de waarde van uw personenauto, uw kampeermiddel, uw boot, uw juwelen of uw inboedel dus niet op te geven in box 3.

U kunt belasting besparen door uw uitgaven rondom de peildatum van 1 januari 2026 slim te plannen. Heeft u de aankoop van een personenauto of een ander vrijgesteld vermogen gepland, dan scheelt het u box 3-belasting als u die aankoop vóór 1 januari 2026 doet vanuit uw spaargelden of bijvoorbeeld uw beleggingen. De besparing is hierbij het grootst als u de betaling doet vanuit uw beleggingen. Zorg er wel voor dat u de aanschaf en betaling uiterlijk 31 december 2025 doet!

Let op! De belasting in box 3 wordt berekend aan de hand van wettelijk vastgestelde rendementen die verschillen per vermogenssoort. Zo geldt voor bank- en spaartegoeden een relatief laag vastgesteld wettelijk rendement. Dit rendement is voor 2024 vastgesteld op 1,44%, voor 2025 voorlopig ook op 1,44%, maar is voor 2026 nog niet bekend. Voor overige vermogenssoorten (dat is eigenlijk alles wat geen bank- of spaartegoed is) geldt op 1 januari 2026 een wettelijk vastgesteld rendement van 6%!

Ook het grote verschil in de wettelijk vastgestelde rendementen biedt planningsmogelijkheden rond de peildatum van 1 januari 2026. Een in box 3 verhuurd pand dat u al verkocht heeft, kunt u dan ook beter vóór dan na 1 januari 2026 bij de notaris laten overdragen. Bij overdracht na 1 januari 2026 wordt immers nog een rendement van 6% over de waarde van het verhuurde pand in aanmerking genomen in box 3.

Let op! U kunt niet rondom de peildatum van 1 januari 2026 uw vermogenssamenstelling tijdelijk wijzigen om zo belasting te besparen. De wetgever heeft voor deze zogenoemde peildatumarbitrage antimisbruikwetgeving opgenomen. Zo kunt u niet zomaar een overige bezitting vóór 1 januari omzetten in een banktegoed en dat na 1 januari weer inwisselen voor (een andere) overige bezitting. Of vóór 1 januari een schuld aangaan, op een bankrekening zetten en na 1 januari de schuld weer aflossen. Dit kan alleen als er tussen de wijzigingen meer dan drie maanden zit óf als u kunt aantonen dat er een zakelijke reden is voor de wijzigingen in uw vermogenssamenstelling rondom 1 januari.

Tip! Als uw vermogen dat meetelt in box 3 op 1 januari 2026 niet hoger is dan € 59.357, betaalt u geen belasting in box 3. Heeft u een fiscale partner, dan bedraagt dit belastingvrije vermogen op 1 januari 2026 voor u samen het dubbele (€ 118.714).

3. Controleer of u de tegenbewijsregeling box 3 kunt toepassen

Is uw totale werkelijke rendement in box 3 lager dan het totaal berekende wettelijk vastgestelde rendement, dan kunt u misschien een beroep doen op de tegenbewijsregeling box 3. De Hoge Raad sprak zich hierover vanaf medio 2024 uit. De tegenbewijsregeling box 3 is gebaseerd op de aanwijzingen die de Hoge Raad over de berekening van het werkelijke rendement gaf.

Let op! In beginsel is het mogelijk om voor de jaren 2017 tot en met 2027 een beroep te doen op de tegenbewijsregeling box 3. Voor de jaren 2017-2020 kan dat echter alleen als uw definitieve aanslag IB op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond én u tijdig bezwaar maakte of verzocht om ambtshalve vermindering.

De berekening van het werkelijke rendement is waarschijnlijk anders dan u in gedachten heeft voor een werkelijk rendement. Zo tellen bijvoorbeeld ook de nog niet gerealiseerde waardeveranderingen mee. Neem daarom voor de beoordeling of u een beroep kunt doen op de tegenbewijsregeling box 3 contact op met onze adviseurs.

Om een beroep te doen op de tegenbewijsregeling, moet u verplicht gebruikmaken van het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR). Is uw aanslag inkomstenbelasting nog niet definitief of loopt er een bezwaar of een verzoek om ambtshalve vermindering, dan krijgt u van de Belastingdienst een brief. In deze brief staat hoe u gebruik kunt maken van de tegenbewijsregeling.

Let op! Neem na ontvangst van zo’n brief zo snel mogelijk contact op met onze adviseurs. De reactietermijn bedraagt in het geval van bezwaar of een verzoek om ambtshalve vermindering namelijk maar twaalf weken. En de Belastingdienst verleent geen uitstel.

Tip! Is uw werkelijke rendement hoger, dan hoeft u niets te doen. U betaalt dan gewoon box 3-heffing op basis van het wettelijk vastgestelde rendement.

4. In 2025 nog dividend uitkeren?

Het tarief in box 2, waarmee onder meer inkomen uit dividend belast wordt, blijft in 2026 ongewijzigd. Het tarief bedraagt 24,5% over inkomsten tot € 67.804 (2025) en € 68.843 (2026). Boven de genoemde bedragen blijft het tarief van 31% van toepassing.

Heeft u een fiscale partner, dan kunt u het uitgekeerde dividend in de aangifte onderling verdelen. U betaalt bij een 50/50-verdeling in 2025 dan 24,5% over de eerste € 135.608 aan inkomen in box 2 en over het meerdere 31%. In 2026 betaalt u 24,5% over de eerste € 137.686 en over het meerdere 31%.

Tip! Overweeg nog in 2025 dividend uit te keren tot een bedrag van € 67.804, respectievelijk € 135.608 en hiermee gebruik te maken van het lage tarief. Dit kan met name voordelig zijn als u van plan was in 2026 meer dividend op te nemen dan € 68.843 respectievelijk € 137.686.

Houd er daarbij rekening mee dat inkomen in box 2 vanaf 2025 ook medebepalend is voor de hoogte van de algemene heffingskorting. Het uitkeren van dividend kan dus minder heffingskorting opleveren.

Let op! Dividenduitkeringen hebben ook effect op uw box 3-vermogen en excessief lenen. Heeft u als aanmerkelijkbelanghouder een schuld die meer bedraagt dan € 500.000, dan heeft u namelijk tot 31 december 2025 de tijd om deze terug te brengen. Doet u niets, dan bent u in box 2 belasting verschuldigd over het bedrag boven de € 500.000. Overleg met uw adviseur of het voordelig is om nu dividend uit te keren of dat het beter is om te wachten tot 2026. Of wellicht om later in één keer een hoger bedrag aan dividend uit te keren.

Let op! Houd er verder rekening mee dat oppotten van winst in uw bv sinds 2024 minder aantrekkelijk is. Bij de uiteindelijke verkoop van uw bv betaalt u dan immers al snel het tarief van 31%.

5. Anticipeer op btw-herzieningsdiensten vanaf 2026

Voor investeringen in roerende en onroerende goederen geldt nu al een btw-herzieningsregeling. Vanaf 2026 gaat ook een btw-herzieningsregeling gelden voor diensten van minimaal € 30.000 (excl. btw) aan onroerende zaken. Deze investeringsdiensten worden vanaf 2026 gevolgd in het jaar van ingebruikname, plus de vier daaropvolgende jaren. Wijzigt in die periode het gebruik voor btw-belaste en/of btw-vrijgestelde prestaties, dan wordt de btw-aftrek op de investeringsdienst herzien.

De btw-herzieningsregeling geldt alleen voor diensten die de onroerende zaak meerjarig dienen, zoals het vernieuwen en onderhouden van onroerende zaken, maar ook aan met een verbouwing samenhangende sloopwerkzaamheden. Ook materialen, installaties, machines en werktuigen die opgaan in een dienst en na installatie of montage hun zelfstandigheid verliezen, worden gezien als onderdeel van de investeringsdienst.

De btw-herzieningsregeling gaat gelden voor investeringsdiensten die vanaf 1 januari 2026 in gebruik worden genomen. Neemt u deze investeringsdiensten dus nog vóór deze datum in gebruik, dan worden ze niet geraakt door de regeling.

Tip! De grens van € 30.000 geldt per dienst.

6. Handhaving op schijnzelfstandigheid

Op 1 mei 2016 is de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelatie (Wet DBA) ingevoerd. Deze wet regelde het afschaffen van de zekerheid die daarvoor kon worden verkregen door middel van een Verklaring Arbeidsrelatie. Sindsdien moet het wel of niet bestaan van een dienstbetrekking weer volledig worden getoetst aan wetgeving en jurisprudentie. De Belastingdienst is vanaf 1 januari 2025 weer gaan handhaven op schijnzelfstandigheid.

Vanaf 2026 kunnen er ook weer boetes worden opgelegd, ook wanneer er geen sprake is van opzet of ‘kwade trouw’. Er is sprake van schijnzelfstandigheid als een zelfstandige (zzp’er) in de praktijk verkapt in dienst is bij een opdrachtgever.

Daarnaast beoordeelt de Belastingdienst vanaf 6 september 2024 geen nieuwe modelovereenkomsten meer. Bestaande overeenkomsten verlengt de Belastingdienst niet meer. Bestaande modelovereenkomsten worden gedurende de resterende looptijd gerespecteerd. De zekerheid die aan modelovereenkomsten kan worden ontleend, is als gevolg van rechterlijke uitspraken echter afgenomen. Het gaat bij de beoordeling van een arbeidsrelatie – nog meer dan voorheen – over de wijze waarop de arbeid in de praktijk wordt uitgevoerd en veel minder over hoe men dat op papier heeft gezet.

Er is inmiddels een nieuw wetsvoorstel ingediend, de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties (VBAR). Met de invoering van de VBAR hoopt de wetgever meer duidelijkheid te creëren wanneer sprake is van schijnzelfstandigheid en wanneer niet.

Volgens het wetsvoorstel moet u twee hoofdelementen tegen elkaar afwegen:

  • Werkinhoudelijke aansturing door u als werkgever;
  • Het werken voor eigen rekening en risico door de arbeidskracht.

Zijn beide elementen aanwezig? Dan moet u wegen welk element de doorslag geeft. Verschillende rechterlijke uitspraken kunnen uw weging onderbouwen, ook wanneer deze van vóór de invoering van deze nieuwe wet zijn. De wet legt bestaande rechtspraak vast en beoogt zo duidelijkheid te scheppen.

Ook wordt een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst ingevoerd. Laat u arbeidskrachten werkzaamheden verrichten tegen een tarief van € 36 of minder? Dan kan de arbeidskracht stellen dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Het is dan aan u om te bewijzen dat dit niet het geval is. Is een arbeidskracht bij u in dienst? Dan moet u premies voor de sociale zekerheid afdragen. Daarnaast kunnen verplichtingen gelden voor pensioen, arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden. De bedoeling is dat deze wetgeving per 1 juli 2026 ingaat, zonder overgangsrecht.

Beoordeel elke arbeidsrelatie individueel: stuurt u werkinhoudelijk aan en werkt de arbeidskracht voor eigen rekening en risico? Leg uw afwegingen goed vast. Schakel bij twijfel altijd een adviseur in om u behulpzaam te zijn bij uw overwegingen.

Let op! Contractuele afspraken komen niet altijd overeen met hoe in de praktijk wordt gewerkt. De uitvoering van de werkzaamheden in de praktijk is doorslaggevend.

Werkt u met zelfstandigen?

Controleer goed welke afspraken u met hen heeft gemaakt en hoe u dit heeft vastgelegd. Zorg ervoor dat de gemaakte afspraken op papier daadwerkelijk aansluiten bij de praktijk. Wilt u voorkomen dat opdrachtnemers als werknemer worden aangemerkt, denk dan aan zaken zoals:

  • een beding dat de zzp’er eigen verzekeringen afsluit (waaronder een aansprakelijkheidsverzekering);
  • geef ruimte aan zzp’ers om voor andere opdrachtgevers te werken;
  • laat de zzp’er zelf factureren;
  • zorg dat de zzp’er zelf verantwoordelijk is voor zijn scholing en opleiding;
  • geef de zzp’er de vrijheid om zich te laten vervangen;
  • zorg dat zzp’ers zo min mogelijk lijken op werknemers, door ze bijvoorbeeld niet te laten deelnemen aan personeelsuitjes en ze geen kerstpakket te geven.

7. Koop tweede woning pas in 2026

Bent u van plan een woning aan te schaffen die u niet zelf als hoofdverblijf gaat gebruiken, bijvoorbeeld een woning voor de verhuur aan uw kind? Wacht – indien mogelijk – hiermee dan tot na 2025. Vanaf 2026 wordt de overdrachtsbelasting voor woningen die u niet zelf als hoofdverblijf gaat gebruiken namelijk verlaagd van 10,4 naar 8%. Dat kan behoorlijk in de portemonnee schelen. Zo bedraagt het voordeel voor een woning met een waarde van € 500.000 bijvoorbeeld al € 12.000.

8. Benut uw vrije ruimte

Binnen de werkkostenregeling betaalt u als werkgever geen belasting als u met uw vergoedingen en verstrekkingen aan uw personeel binnen de vrije ruimte blijft. Deze bedraagt in 2025 2% tot een totale fiscale loonsom van € 400.000 en 1,18% daarboven. Ga na of u nog vrije ruimte over heeft en maak hier gebruik van als u uw personeel extra wilt belonen. Een overschot aan vrije ruimte kunt u namelijk niet meenemen naar 2026. Bent u dga met een bv, dan kunt u zichzelf op deze manier ook een belastingvrije bonus cadeau doen voor zover deze bonus aan de gebruikelijkheidstoets voldoet.

Tip! Tot een totaalbedrag van € 2.400 per werknemer per jaar gaat de Belastingdienst er in beginsel van uit dat voldaan is aan de gebruikelijkheidstoets.

9. Koop nog dit jaar een lijfrente

De fiscaal aftrekbare bedragen bij aankoop van een lijfrente zijn in 2023 fors verhoogd. Voor degene met een pensioentekort bedraagt de fiscale jaarruimte voor de aftrek van lijfrentepremies 30% van het inkomen, waarmee u spaart voor uw pensioen. De maximale jaarruimte bedraagt in 2025 € 35.798.

Een andere verruiming is dat u tot vijf jaar na het bereiken van uw AOW-leeftijd lijfrentepremies kunt aftrekken. Tot 2023 kon dit tot aan uw AOW-leeftijd.

Ook kunt u sinds 2023 tot tien jaar terug gebruikmaken van de jaarruimte voor aftrek van lijfrentepremies. Tot 2023 was dit zeven jaar. Heeft u de afgelopen tien jaar dus niet de volledige jaarruimte benut voor de aankoop van een lijfrente, dan kan dit alsnog. Ook dit inhaalbedrag is fors verhoogd naar maximaal € 42.108 in 2025.

Koopt u een lijfrente of stort u een bedrag op uw lijfrentespaarrekening of lijfrentebeleggingsrecht, dan creëert u daarmee een extra aftrekpost. Het pensioenopbouwtekort wordt bepaald aan de hand van de jaar- en reserveringsruimte. U kunt deze ruimte berekenen op de site van de Belastingdienst (www.belastingdienst.nl). Als u voldoet aan de voorwaarden voor aftrek, kunt u de premie in 2025 aftrekken tegen maximaal 49,5%. Een premie is aftrekbaar in het jaar van betalen. Lijfrentes blijven ook de komende jaren gewoon aftrekbaar tegen het tabeltarief. Als u nu de premie kunt aftrekken tegen 49,5% en de uitkeringen zijn vanwege een daling van uw inkomen te zijner tijd belast tegen 35,7%, dan bedraagt het tariefvoordeel 13,8%-punt.

Let op! De betaalde bedragen zijn alleen aftrekbaar als sprake is van onvoldoende pensioenopbouw.

Tip! Zorg dat u de lijfrentepremies in 2025 betaalt! Alleen dan kunt u deze nog in aftrek brengen in uw aangifte inkomstenbelasting 2025. Bovendien betaalt u dan over 2026 minder belasting in box 3.

Let op! De betaalde lijfrentepremie vermindert de te betalen belasting, maar niet de te betalen premie Zvw. Over de lijfrente-uitkering betaalt u bij ontvangst wel premie Zvw. Dit betekent een dubbele heffing, voor zover uw inkomen bij uitbetaling van de lijfrentetermijnen onder de Zvw-premiegrens valt en u nu de Zvw-premiegrens nog niet heeft bereikt. Hierdoor wordt het nettorendement van de lijfrente kleiner.

Bepaalde heffingskortingen zijn inkomensafhankelijk. Zo is uw algemene heffingskorting mogelijk hoger door de aftrek van een lijfrentepremie. Boven een inkomen van € 76.817 heeft de lijfrentepremieaftrek in 2025 geen effect meer op de algemene heffingskorting.

Let op! Tot nu toe mocht een lijfrenteverzekering nog uitkeren met een jaarbetaling achteraf, waardoor de eerste uitkering pas in het jaar van AOW-leeftijd plus zes jaar plaatsvond. Voor een lijfrenterekening en een lijfrentebeleggingsrecht gold al de grens van de AOW-leeftijd plus vijf jaar. Jaarbetaling achteraf is vanaf 2026 niet meer toegestaan.

Let op! Wordt een lijfrente niet tijdig uitgekeerd, dan wordt dit fiscaal gezien als afkoop. Dit leidt tot heffing van inkomstenbelasting ineens over het gehele lijfrenteproduct, vaak tegen het hoogste tarief. Daarbovenop komt 20% revisierente.

Let op! Heeft u een lijfrente bij uw eigen bv en bent u de AOW-leeftijd al gepasseerd? Neem contact met ons op om tijdig met de uitkering te starten.

10. Laat uw herinvesteringstermijn niet verlopen

Laat de termijn voor in het verleden gevormde herinvesteringsreserves niet verlopen. Een HIR die u in 2022 gevormd heeft, moet u vóór 31 december 2025 benutten. Doet u dat niet, dan valt de HIR vrij en bent u belasting verschuldigd. Investeer daarom op tijd!

Er bestaan twee uitzonderingen op de termijn van drie jaar waarbinnen u moet herinvesteren. De eerste is als vanwege de aard van het bedrijfsmiddel meer tijd nodig is. Denk bijvoorbeeld aan de investering in een chemische fabriek waarvoor diverse vergunningen nodig zijn. De tweede uitzondering geldt als er bijzondere omstandigheden zijn waardoor de aankoop is vertraagd. Er moet in dat geval wel op zijn minst een begin van uitvoering met de aankoop zijn gemaakt. Ook zult u de vertragende factoren desgewenst aannemelijk moeten maken. Een voorbeeld hiervan is de weigering van een gemeente om een bouwvergunning af te geven, waardoor de geplande investering moest worden uitgesteld.

Let op! De coronacrisis kan doorgaans als zo’n bijzondere omstandigheid worden aangemerkt. Toegezegd is dat de Belastingdienst hiermee ruimhartig zal omgaan. Heeft u de afgelopen jaren een HIR gevormd en heeft u een begin van uitvoering gemaakt met herinvesteren, maar is dit vanwege de coronacrisis vertraagd? In de meeste gevallen zal dit dan betekenen dat u, na het derde jaar na vorming van de HIR, deze toch niet aan de winst hoeft toe te voegen. De HIR blijft dan in de boeken gereserveerd totdat verder uitstel van herinvesteren vanwege corona niet meer aannemelijk is en u de HIR op een nieuw bedrijfsmiddel kunt afboeken. Deze soepele opstelling is ook momenteel nog van kracht. Laat bij grote belangen uw adviseur het uitstel met de Belastingdienst afstemmen.

Waardevolle inzichten.

Schrijf u vrijblijvend in voor onze nieuwsbrief en maak zo deel uit van onze community.

* Er wordt maximaal één nieuwsbrief per kwartaal verzonden.