Tweede Kamer akkoord met nieuw box 3-stelsel vanaf 2028.
Leestijd: 4 minuten
Gerealiseerd rendement
Het werkelijke rendement betreft de zogenaamde reguliere voordelen, bijvoorbeeld de rente op bank- en spaarrekeningen, dividenden op beleggingen en huuropbrengsten. Onder het werkelijke rendement vallen echter ook verkoopwinsten en -verliezen op beleggingen en overige bezittingen.
Ook ongerealiseerd rendement
Naast gerealiseerde rendementen tellen ook ongerealiseerde rendementen mee. De jaarlijkse waardeontwikkelingen van beleggingen en overige bezittingen behoren dus ook tot het werkelijke rendement vanaf 2028. Voor deze bezittingen geldt een zogenaamde vermogensaanwasbelasting.
Bij uitzondering vermogenswinstbelasting
Voor onroerende zaken omvat het werkelijke rendement – naast het directe rendement zoals de huuropbrengst – ook gerealiseerde winsten of verliezen, bijvoorbeeld door verkoop van de onroerende zaak. Bij onroerende zaken hoeft vanaf 2028 echter niet de jaarlijkse waardeontwikkeling tot uw werkelijke rendement te rekenen. Voor onroerende zaken geldt namelijk als uitzondering een vermogenswinstbelasting. Zo’n zelfde uitzondering geldt voor aandelen in start-ups en scale-ups.
De Tweede Kamer heeft de regering de opdracht gegeven om een passende en afgebakende definitie van familiebedrijven uit te werken en te bekijken hoe aandelen in familiebedrijven op basis van een vermogenswinstbelasting in plaats van een vermogensaanwasbelasting belast kunnen worden in het nieuwe box 3-stelsel.
Vastgoedbijtelling
Voor onroerende zaken die minder dan 90% van het jaar verhuurd worden, geldt een zogenaamde vastgoedbijtelling van 3,35% van de WOZ-waarde, als dit hoger is dan de werkelijke huurinkomsten. Dit betekent dat ook als de onroerende zaak in het geheel niet verhuurd wordt, bijvoorbeeld een vakantiewoning voor eigen gebruik, er toch altijd een rendement van 3,35% van de WOZ-waarde in aanmerking moet worden genomen.
Let op! Voor 2026 is de bijtelling voor de vakantiewoning in box 3 hoger en bedraagt 5,06% van de WOZ-waarde. De bijtelling wordt alleen berekend over het aantal dagen dat u in 2026 in de woning aanwezig bent. U dient dus jaarlijks bij te houden hoeveel dagen u in de vakantiewoning verblijft.
Voorbeeld: In 2026 verblijft u 120 dagen in uw vakantiewoning. De WOZ waarde van deze woning bedraagt € 350.000. 5,06% van de WOZ waarde is € 17.710. De bijtelling eigen gebruik bedraagt dan € 17.710 vermenigvuldigd met het aantal woondagen per jaar (120/365) = € 5.882.
De vastgoedbijtelling ligt onder het vergrootglas van de Tweede Kamer. Zo heeft de Tweede Kamer de regering verzocht het vastgoedbijtellingspercentage waar mogelijk voor 1 januari 2028 al te actualiseren, een aanvullend onderzoek te doen naar de rendementen op specifiek vakantiewoningen en een verkenning te doen naar een uitvoerbare tegenbewijsregeling.
Kostenaftrek
Bij het berekenen van het werkelijke rendement mag vanaf 2028 rekening worden gehouden met kosten zoals de betaalde rente, de kosten van een bankrekening, de kosten bij aan- en verkoop van uw beleggingen en overige bezittingen en de onderhouds- en andere periodieke kosten van de onroerende zaken.
Tarief
Het voorgestelde tarief in box 3 vanaf 2028 bedraagt 36%. Het heffingvrij inkomen bedraagt € 1.800.
Is in een jaar sprake van een negatief rendement, dan mag dat in aftrek gebracht worden op positieve rendementen in de volgende kalenderjaren. Er gaat wel een verliesdrempel van € 500 gelden. De eerste € 500 aan negatief rendement is dus niet verrekenbaar.
Verschil huidig box 3-stelsel
In het huidige box 3-stelsel wordt nog een forfaitair rendement – onderverdeeld in bank- en spaartegoeden, schulden en overige bezittingen – belast. Als het werkelijke rendement lager is, kan een beroep gedaan worden op de tegenbewijsregeling. In het nieuwe stelsel vanaf 2028 wordt in box 3 alleen nog het werkelijke rendement belast.
De wijze waarop het werkelijke rendement vanaf 2028 berekend wordt, wijkt ook af van de wijze waarop het werkelijke rendement in de jaren tot en met 2027 onder de tegenbewijsregeling berekend wordt.
Ingangsdatum 2028?
Voorwaarde om de beoogde ingangsdatum van het nieuwe box 3-stelsel te halen, was dat de Tweede Kamer uiterlijk 15 maart 2026 zou instemmen. Dat is gelukt. Houd er wel rekening mee dat de Eerste Kamer dus ook nog in moet stemmen. Hiervoor is op dit moment nog geen uiterste datum bekend.
Wijziging naar volledige vermogenswinstbelasting
Het nieuwe box 3-stelsel vanaf 2028 is omstreden. De Tweede Kamer stemde met tegenzin in, met name vanwege de vermogensaanwasbelasting. Ook de nieuwe coalitie heeft in het coalitieakkoord opgenomen dat zij het nieuwe box 3-stelsel van een vermogensaanwasbelasting willen omvormen naar een vermogenswinstbelasting.
De Tweede Kamer heeft de regering de opdracht meegegeven om zo snel als mogelijk, maar uiterlijk bij het Belastingplan 2029, een box 3-stelsel gebaseerd op vermogenswinstbelasting te presenteren, inclusief dekkingsopties. Naast deze opdracht gaf de Tweede Kamer de regering nog andere opdrachten mee over verschillende onderdelen van het nieuwe box 3-stelsel.
Let op! Het nieuwe box 3 regime wordt mogelijk alweer aangepast. Een van de voorgestelde aanpassingen is de invoering van achterwaartse verliesverrekening van één jaar vanaf 2029. Dit betekent dat het mogelijk moet worden om box 3-verliezen uit 2029 te verrekenen met box 3-winsten uit 2028.
Waardevolle inzichten.
Schrijf u vrijblijvend in voor onze nieuwsbrief en maak zo deel uit van onze community.
* Er wordt maximaal één nieuwsbrief per kwartaal verzonden.